In sommige gevallen kunnen wet- en regelgeving, normen, richtlijnen of sectorspecifieke voorschriften bepaalde kalibratie- of controle-intervallen voorschrijven. In de meeste gevallen valt dit echter uitsluitend onder de verantwoordelijkheid van de gebruiker van het meetmiddel. Alleen de gebruiker, en niet het kalibratielaboratorium, kent immers alle technische en economische factoren. Tot de technische factoren behoren het meetprincipe, de gebruiksomstandigheden, de eisen aan het meetmiddel, historische trendgegevens, de gebruiksfrequentie en de relevantie respectievelijk de relatie met de kwaliteit van het eindproduct. Tot de economische factoren behoren mogelijke kosten van een terugroepactie, de kalibratiekosten van het kalibratielaboratorium respectievelijk de kalibratieservice en de kosten van de uitvaltijd tijdens de kalibratie.
In de praktijk wordt op basis van deze factoren een compromis gekozen tussen veiligheid en de kosten van kalibraties door een kalibratielaboratorium. De gebruiker van een meetmiddel moet zich er bij het vaststellen van het interval van bewust zijn dat hij bij onbevredigende kalibratieresultaten alle metingen sinds de vorige kalibratie ter discussie moet stellen en de bijbehorende consequenties moet aanvaarden. Wanneer een meetapparaat buiten gebruik wordt gesteld, kan het zinvol zijn om vóór de definitieve uitfasering nog een laatste kalibratie uit te voeren. Hiermee kan worden vastgesteld of het apparaat op dat moment nog binnen de vastgestelde toleranties functioneert. De resultaten van deze eindkalibratie kunnen worden gebruikt om de betrouwbaarheid van de metingen sinds de vorige kalibratie te beoordelen en eventuele afwijkingen tijdig te signaleren.